[GTranslate]

Aanhouden en staande houden, wat is het verschil?

police-g034e963ae_1920

De termen aanhouden en staande houden lijken op het eerste oog misschien op elkaar, maar hebben ieder een andere (juridische) betekenis. Ik zal hieronder de twee begrippen en
dus het verschil uitleggen.

Wanneer een politieagent (ook wel een opsporingsambtenaar genoemd) constateert dat u een strafbaar feit heeft gepleegd waarvoor hij een boete wil geven, dan zal hij u hiervoor aanspreken. Om een boete uit te kunnen schrijven heeft hij immers uw persoonsgegevens nodig. De opsporingsambtenaar zal u vragen om stil te blijven staan. De juridische term
hiervoor is staande houden. De staande houding heeft als enig doel om de identiteit van de verdachte te achterhalen. De bevoegdheid van een opsporingsambtenaar om een verdachte staande te houden om zijn identiteit vast te stellen is vastgelegd in artikel 52 van het wetboek van strafvordering. Ook schrijft de wet voor op welke manier de identiteit mag worden vastgesteld. De opsporingsambtenaar mag vragen naar uw naam, voornamen, geboorteplaats en datum, het adres waarop u in de basisregistratie personen staat ingeschreven en het adres van uw feitelijke verblijfplaats. Ook mag er naar een identiteitsbewijs worden gevraagd.

Als u weigert stil te blijven staan (wat niet strafbaar is), dan is gepast geweld door de opsporingsambtenaar toegestaan. De opsporingsambtenaar mag u bijvoorbeeld vastpakken om u daadwerkelijk stil te laten staan. U mag zich dan niet los rukken. Doet u dit wel dan maakt u zich schuldig aan wederspanningheid. Dit betekent dat u zich met geweld of onder dreiging verzet tegen een ambtenaar in functie. Hiervoor kunt u een gevangenisstraf van maximaal een jaar of een geldboete van maximaal € 9.000 krijgen. Ook is het opgeven van valse persoonsgegevens strafbaar gesteld. U kan op basis van uw zwijgrecht wel straffeloos weigeren uw persoonsgegevens mede te delen. Als een verdachte zijn identiteit niet bekend wil maken heeft de opsporingsambtenaar de bevoegdheid om een staande gehouden verdachte te fouilleren om vast te stellen of hij voorwerpen bij zich draagt waaruit de identiteit kan worden vastgesteld, zoals bijvoorbeeld een rijbewijs of identiteitskaart. De opsporingsambtenaar mag dit niet in het openbaar doen, tenzij dat noodzakelijk is om te voorkomen dat de gezochte voorwerpen worden weggemaakt of beschadigd. Ook kan de opsporingsambtenaar gebruik maken van zijn bevoegdheid tot het vorderen van het tonen van een legitimatiebewijs. Dit mag enkel gevorderd worden als dit noodzakelijk is voor de uitoefening van de taak van de politie. Dit is altijd het geval als een legitimatiebewijs wordt gevorderd om een bekeuring te kunnen geven. Als een verdachte ouder is dan veertien jaar, is hij verplicht om na zo’n vordering een geldig legitimatiebewijs te tonen. Dit is vastgelegd in de Wet op de identificatieplicht. Indien u dat niet wil of kan, omdat u bijvoorbeeld uw legitimatiebewijs thuis bent vergeten, dan maakt u zich schuldig aan een overtreding en kan er een geldboete worden opgelegd. Ook kan een opsporingsambtenaar dan van het minst ingrijpende vrijheidsbeperkende dwangmiddel, de staande houding, overgaan op een iets ingrijpendere bevoegdheid, namelijk de aanhouding. U wordt dan meegenomen naar het politiebureau.

Hierboven ziet u gelijk het verschil tussen het staande houden of het aanhouden van een verdachte. Bij een staande houding wordt u naar aanleiding van een strafbaar feit tegengehouden op straat en bij een aanhouding wordt u meegenomen naar het politiebureau. Iemand aanhouden wordt in de volksmond ook wel arresteren genoemd. Het
doel van iemand aanhouden is de verdachte overbrengen naar een plek waar hij of zij zal worden voorgeleid aan een (hulp)officier van justitie die hem zal verhoren. Dit is meestal het politiebureau. Het doel van iemand staande houden en aanhouden verschillen dus met elkaar.

De wet onderscheidt twee situaties waarin aanhouding mogelijk is namelijk bij ontdekking op heterdaad en ontdekking buiten heterdaad. De wet spreekt van ontdekking op heterdaad als het strafbare feit ontdekt wordt terwijl het begaan wordt of terstond nadat het begaan is. Als hieraan voldaan is dan is volgens de wet eenieder bevoegd de verdachte aan te houden.

Voorbeeld:
U betrapt iemand die op dat moment aan het inbreken is in uw auto. U mag de inbreker, eventueel met enig gepast geweld als dat nodig is, aanhouden. Indien u de verdachte heeft aangehouden moet u de verdachte wel zo snel mogelijk overdragen aan een opsporingsambtenaar. Als er geen sprake is van ontdekking op heterdaad dan mogen alleen opsporingsambtenaren een verdachte aanhouden.

Voorbeeld:
U ziet twee dagen nadat er in uw auto is ingebroken de verdachte door uw straat lopen. U bent dan niet bevoegd om de verdachte aan te houden. Alleen opsporingsambtenaren hebben dan de bevoegdheid om de verdachte aan te houden.

Opsporingsambtenaren mogen alleen iemand aanhouden indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  1. Er moet sprake zijn van een verdachte. Volgens het Wetboek van strafvordering kan van
    een verdachte worden gesproken als uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden
    van schuld aan een strafbaar feit voortvloeit.
  2. De verdachte moet worden verdacht van een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Dit is meestal het geval bij strafbare feiten waar een minimale gevangenisstraf van 4 jaar voor staat.

Het is belangrijk om te weten dat u tijdens een aanhouding bepaalde rechten heeft:

  • U heeft het recht om te weten van welk strafbaar feit u wordt verdacht.
  • U heeft het recht om u op uw zwijgrecht te beroepen. Dit betekent dat u geen antwoord hoeft te geven op de vragen.
  • U heeft het recht om vóór het (eerste) verhoor vertrouwelijk met een advocaat te praten.
  • U heeft recht op de aanwezigheid van een advocaat tijdens het verhoor om u bij te staan.
  • Indien u zich ziek voelt heeft u het recht op medische zorg en/of medicatie.
  • Als de (hulp)officier van justitie beslist dat u op het politiebureau moet blijven, dan
    mag u vragen om een familielid of huisgenoot te laten weten dat u wordt vastgehouden. Soms kan de (hulp)officier van justitie beslissen dat dit tijdelijk nog niet mag. Hij laat u dit dan weten.
  • U heeft recht op inzage van de stukken. Indien dit schadelijk kan zijn voor het nog lopende onderzoek, kan de officier van justitie bepalen dat dit (nog) niet mag.
  • Als u niet de Nederlandse Nationaliteit dan mag u vragen om het consulaat of de ambassade van uw land te laten weten dat u wordt vastgehouden.

In eerste instantie kunt u maximaal 9 uur worden vastgehouden. Indien er sprake is van verdenking van een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan dan kunt u maximaal 90 uur worden vastgehouden. Mocht het in het belang van het onderzoek noodzakelijk zijn om langer vastgehouden te worden dan kan de rechter dit beslissen.
Heeft u vragen omtrent een staande houding of aanhouding, neem dan gerust contact met ons op!

Deel dit artikel

Wilt u op de hoogte blijven van relevante juridische informatie?

Abonneer op onze nieuwsbrief