[GTranslate]

De vijf elementen van een onrechtmatige daad

icons8-team-r-enAOPw8Rs-unsplash

Wist je dat een onrechtmatige daad vijf elementen kent waaraan moet zijn voldaan om aanspraak te kunnen maken op een schadevergoeding? Volgens artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is hij die tegenover een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend verplicht de schade die de ander hierdoor lijdt, te vergoeden. De vijf elementen ingevolge dit artikel zijn de onrechtmatige daad, de toerekeningsvatbaarheid, de schade, het causaal verband tussen de schade en de onrechtmatige daad en de zogenoemde relativiteitsvereiste.

Onrechtmatige daad
Per ongeluk met een voetbal een raam intrappen of op bezoek bij een collega en onbedoeld een vaas laten vallen. Wanneer is er sprake van een onrechtmatige daad? Krachtens artikel 6:162 lid 2 BW kan een onrechtmatige daad worden aangemerkt als een inbreuk op een recht, een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of een doen of nalaten in strijd met het ongeschreven recht volgens maatschappelijk betaamt.

Bij een inbreuk op een recht kun je denken aan een inbreuk op een eigendomsrecht, auteursrecht of bijvoorbeeld een inbreuk op mensenrechten. Het intrappen van een raam of het per ongeluk laten vallen van een vaas, kan dus worden beschouwd als een onrechtmatige daad oftewel een inbreuk op een eigendomsrecht.

Een voorbeeld van een doen of nalaten in strijd met een wettelijk plicht is bijvoorbeeld het plegen van strafbaar feit. Het is verboden om een ander te mishandelen. In het geval er sprake is van een mishandeling, dan wordt er gehandeld in strijd met de wettelijke plicht en is er sprake van een onrechtmatige daad.

Het ongeschreven recht wordt ook wel het gewoonterecht genoemd. Het recht dat naar verkeersopvattingen en door de gewoonte ook wel als algemeen recht wordt erkend. Een voorbeeld hiervan is ook wel de leer van redelijkheid en billijkheid. Hierbij wordt er per geval getoetst wat er volgens maatschappelijk betaamt redelijk of billijk is. Een gedraging in strijd met het ongeschreven recht kan worden gekwalificeerd als een onrechtmatige daad.

Toerekenbaarheid
Een taxichauffeur overschrijdt de snelheidslimiet omdat hij vanwege een noodtoestand een klant naar het ziekenhuis moet brengen of een minderjarig kind die een voetbal in het raam heeft getrapt. Wanneer is een onrechtmatige daad toerekeningsvatbaar?

Een onrechtmatige daad kan een ander worden toegerekend indien er sprake is van schuld, op grond van de wet of verkeeropvattingen. Een onrechtmatige daad is toerekeningsvatbaar op grond van schuld in het geval de dader de onrechtmatige daad bijvoorbeeld zelf (on)opzettelijk heeft verricht. De schuld ziet op de verwijtbaarheid. De dader is in dit geval verantwoordelijk voor zijn eigen gedraging.

Een onrechtmatige daad kan een ander worden toegerekend op basis van de wet, indien de ander bijvoorbeeld verantwoordelijk is voor de dader. Denk hierbij aan de ouders van een minderjarige of een opdrachtgever die een hulppersoon heeft ingeschakeld. De verantwoordelijke kan in dit geval aansprakelijk worden gesteld voor de verrichte schade. Zo ook de ouders van de minderjarige die een voetbal in een raam heeft getrapt.

Is de taxichauffeur die in strijd met een wettelijk plicht heeft gehandeld in verband met de overschrijding van de snelheidslimiet nu ook aansprakelijk voor de onrechtmatige daad? Een onrechtmatige daad is ontoerekeningsvatbaar indien er sprake is van een rechtvaardigingsgrond. Een rechtvaardigingsgrond is een grondslag dat de onrechtmatigheid van de daad als het ware wegneemt. Denk hierbij aan overmacht in verband met een noodtoestand of een onrechtmatige daad op grond van een ambtelijk bevel.

De taxichauffeur in kwestie heeft in dit geval niet onrechtmatig gehandeld. Er is sprake van een noodtoestand en overmacht. Indien de taxichauffeur de klant had achtergelaten vanwege de noodzakelijkheid, zou dit hem naar verkeersopvattingen kunnen worden verweten vanwege zijn nalatigheid – een nalaten in strijd met het ongeschreven recht.

Schade
Het derde element van het recht op een schadevergoeding op grond van een onrechtmatige daad is de schade. In het recht kennen we de spreuk ‘’wie eist, bewijst’’. Indien er sprake is van een aangerichte schade ten gevolge van een onrechtmatige daad is het van belang dat je dit dan ook kunt aantonen.  Bij het intrappen van een voetbal in een raam is er bijvoorbeeld klaarblijkelijk sprake van schade. Dit kan bijvoorbeeld een gebarste raam zijn, maar ook een lichamelijk letsel in het geval dat een groot stuk glas van het raam bijvoorbeeld in je been terecht komt. 

Casuaal verband
Is het grote stuk glas dat in een been terecht komt dan ook in causaal verband met de onrechtmatige daad – het intrappen van een voetbal in een raam? Een causaal verband is een oorzaak-gevolg principe. Uit welke oorzaak is een schade ontstaan. Wat als de been vanwege de nalatigheid in de zorg moet worden geopereerd? Is degene die de voetbal in het raam heeft getrapt in dit geval dan ook aansprakelijk voor het lichamelijk letsel? Ook hierbij geldt het beginsel: wie stelt, bewijst.

Relativiteitsvereiste
Het relatieve aspect van de onrechtmatige daad ziet toe op de verhouding tussen de geschonden norm (de onrechtmatige daad) en het belang van de benadeelde. Op grond van artikel 6:163 BW ontstaat er geen verbintenis tot een schadevergoeding uit onrechtmatige daad indien de geschonden norm niet strekt tot bescherming van schade dat de benadeelde heeft geleden. Een voorbeeld van een situatie waarbij een geschonden norm niet strekt tot bescherming van het belang van een benadeelde, is de situatie waarbij een persoon ongediplomeerd het tandartsenberoep uitoefent en deskundige tandartsen de ongediplomeerde tandarts aansprakelijk stellen vanwege oneerlijke concurrentie. De geschonden norm: het handelen in strijd met een licentieplicht, strekt niet tot bescherming van het belang van de gecertificeerde tandartsen, zijnde eerlijke concurrentie. De licentieplicht strekt tot bescherming van cliënten tegen onzorgvuldige praktijken en niet om oneerlijke concurrentie te waarborgen. In deze situatie is er dus niet voldaan aan de relativiteitsvereiste.

De vijf elementen van de onrechtmatige daad zijn cumulatieve rechtsvoorwaarden. Dat wil zeggen dat er voor het bestaan van een verbintenis tot schadevergoeding op grond van een onrechtmatige daad moet zijn voldaan aan alle voorwaarden.

Heeft u meer vragen over een onrechtmatige daad? Wij kunnen u hierbij helpen. Neem vrijblijvend contact met ons op!

Deel dit artikel

Wilt u op de hoogte blijven van relevante juridische informatie?

Abonneer op onze nieuwsbrief