[GTranslate]

Procesrecht

Pediment of United States Supreme Court Building, Washington, DC

Het Nederlands recht kent twee procedures wanneer het gaat om een geschil tussen burgers onderling, te weten de dagvaardingsprocedure en de verzoekschriftprocedure. Wanneer een procedure voor een geschil tussen burgers onderling wordt gestart, wordt er gesproken over een civiele procedure. Een civiele procedure wordt opgestart met een dagvaarding, tenzij de wet uitdrukkelijk aangeeft dat een procedure met een verzoekschrift moet worden gestart. Voor de meeste personen- en familierechtzaken wordt altijd een verzoekschriftprocedure gevoerd. In Nederland is er ook sprake van rechtsmiddelen. Rechtsmiddelen zijn middelen om een rechterlijke uitspraak aan te tasten. Rechtsmiddelen kunnen worden ingesteld tegen de tegenpartij, door een of meer bij de uitspraak betrokken partijen. Er bestaan vijf soorten rechtsmiddelen, te weten: verzet, hoger beroep, cassatie, derdenverzet en herroeping.

Dagvaarding
De dagvaarding is het officiële document waarmee de eisende partij de dagvaardingsprocedure moet beginnen. De dagvaarding heeft twee functies. De eerste functie is het oproepen van de tegenpartij om in de procedure te verschijnen op de in de dagvaarding genoemde datum, bij de daarin aangegeven rechter. De tegenpartij hoeft niet persoonlijk voor de rechter te verschijnen, maar de tegenpartij maakt aan de rechter kenbaar dat hij zal deelnemen aan het proces.
De tweede functie van de dagvaarding is het mededelen van de eis aan de tegenpartij en de reden daarvoor. Nadat de tegenpartij de dagvaarding heeft ontvangen, weet hij wanneer hij bij welke rechter moet verschijnen, wat de eiser van hem vordert en op grond waarvan. De dagvaardingsprocedure is een procedure in vier stappen. Eerst wordt er een dagvaarding opgesteld door de advocaat (of gemachtigde) van de eisende partij en die wordt overhandigd door een bevoegde deurwaarder aan de tegenpartij, waarin de dag en het tijdstip van de eerste zitting staat. Vervolgens dient de zaak op de agenda van de rechtbank te worden gezet, waar de tegenpartij de gelegenheid krijgt om schriftelijk zijn kant van het verhaal op papier te zetten en gemotiveerd aan te geven wat zijn reactie is op de stellingen en eis die in de dagvaarding opgenomen zijn. Vervolgens vindt een zitting plaats waar de rechter informatie inwint en partijen en hun advocaten zelf naar de rechtbank gaan en in de procedure rechtstreeks contact hebben met de rechter en elkaar. De procedure eindigt met een vonnis van de rechter, waarin de rechter moet aangeven welke standpunten partijen innemen, hoe zijn beslissing luidt en op welke gronden hij tot die beslissing is gekomen.

Verzoekschrift
De verzoekschriftprocedure komt vooral voor in personen- en familierechtzaken en in zaken waarin een arbeidsovereenkomst door de rechter kan worden ontbonden. De
verzoekschriftprocedure is informeler en sneller dan de dagvaardingsprocedure. Het verzoekschrift wordt opgesteld door de advocaat (of de gemachtigde) van de verzoekende
partij. Het verzoekschrift wordt door of namens de verzoeker ondertekend en wordt vervolgens rechtstreeks ingediend bij de griffie van de bevoegde rechter. Een griffie is iemand die de administratie bijhoudt van een rechtszaak en ervoor zorgt dat een rechtszaak goed verloopt. Nadat het verzoekschrift bij de griffie is ingediend, bepaalt de rechter wanneer de zitting zal plaatsvinden. De tegenpartij en eventuele belanghebbende(n) hebben het recht om in reactie op het verzoekschrift een verweerschrift in te dienen. Nadat partijen hun verzoek en verweer op papier hebben gezet, volgt er een zitting. Na de zitting bepaalt de rechter de datum waarop hij zijn beschikking zal geven. Een beschikking moet in het openbaar worden uitgesproken.

Verzet
Verzet is het rechtsmiddel dat alleen in dagvaardingszaken kan worden ingesteld tegen een vonnis in een procedure waarin de tegenpartij niet is verschenen (verstekvonnis). Door het instellen van verzet gaat de procedure opnieuw lopen, voor dezelfde rechter als die het verstekvonnis heeft gewezen.

Hoger beroep
Hoger beroep is het rechtsmiddel dat kan worden ingesteld nadat in een procedure op tegenspraak in eerste aanleg een uitspraak is gedaan waar een van de betrokken partijen het
niet mee eens is. De bevoegde gerechtelijke instantie voor het hoger beroep is het Gerechtshof. In hoger beroep wordt de zaak opnieuw en onafhankelijk van de uitspraak van de rechtbank behandeld. Het gerechtshof beoordeelt de zaak opnieuw, aan de hand van wat partijen in hoger beroep aan het hof voorleggen. Het gerechtshof beoordeelt opnieuw alle standpunten van de partijen. Vervolgens dient het gerechtshof zelf een beslissing te nemen. Hoger beroep is zowel in de dagvaardingsprocedure als in de verzoekschriftprocedure mogelijk.

Cassatie
Cassatie is het rechtsmiddel dat kan worden ingesteld nadat in hoger beroep door het gerechtshof uitspraak is gedaan. Als een van de partijen het niet eens is met de uitspraak van het gerechtshof, kan deze partij in cassatie bij de Hoge Raad. Cassatie is zowel in de dagvaardingsprocedure als in de verzoekschriftprocedure mogelijk.

Derdenverzet
Het derdenverzet kan worden ingesteld tegen de uitspraak van het hof als van de Hoge Raad. Dit kan alleen worden gedaan door een derde die niet aan de procedure heeft deelgenomen en wiens rechten door de uitspraak zijn benadeeld. Het derdenverzet moet worden ingesteld door het uitbrengen van een dagvaarding aan alle partijen die bij de procedure zijn betrokken.

Herroeping
Uitspraken kunnen in de volgende drie gevallen worden herroepen:

  1. De uitspraak berust op bedrog dat door de tegenpartij is gepleegd.
  2. De uitspraak berust op stukken waarvan de valsheid is erkend of vastgesteld.
  3. De partij heeft na de uitspraak, stukken waardoor de uitspraak anders zouden zijn geweest,
    als de rechter ermee bekend was.

Herroeping moet worden ingesteld bij de rechter die als laatste over de zaak heeft geoordeeld.

Deel dit artikel

Wilt u op de hoogte blijven van relevante juridische informatie?

Abonneer op onze nieuwsbrief