Sinds 1 januari 2020 hebben we de Wet op de arbeidsmarkt in balans (WAB). De nieuwe wet verschilt op een aantal punten van zijn voorganger. Zo heeft een werknemer nu niet meer pas na 24 maanden dienst recht op transitievergoeding, maar vanaf aanvang van de arbeidsovereenkomst. In deze blog vertel ik je wanneer je recht hebt op transitievergoeding. Het is belangrijk om te weten dat een werkgever niet verplicht is om transitievergoeding uit te keren. Alleen in een geval dat de werkgever jou ontslaat als werknemer moet hij transitievergoeding betalen. Het spiegelbeeld hiervan is dus in geval jij zelf ontslag neemt, de werkgever niet verplicht om transitievergoeding uit te keren. Verder in de blog wordt hier een nuancering op gemaakt.
Wanneer heb ik recht op transitievergoeding?
- In geval van ontslag. Dit houdt in dat het initiatief tot ontslag bij de werkgever ligt. Onder ontslag wordt verstaan het niet verlengen van een eerder contract.
- Als jij ontslag neemt, heb je alleen recht op transitievergoeding als de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld of nalatig is geweest.
- Als je minder uren gaat werken heb je recht op gedeeltelijke transitievergoeding. Vereist is wel dat je 20% minder gaat werken dan voorheen.
- Tenslotte ook in gevallen dat de arbeidsovereenkomst is beëindigd door de rechter dan wel door het UWV.
Geen recht op transitievergoeding
Er zijn ook gevallen waarin de werkgever niet verplicht is om transitievergoeding te betalen. Dit geldt in de volgende gevallen:
- Beëindiging met wederzijds goedvinden; dit heeft te gelden als zelf ontslag nemen.
- Jongeren onder de 18 jaar krijgen geen transitievergoeding.
- Na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.
- Als door dezelfde werkgever hetzelfde of soortgelijk werk wordt aangeboden hoeft de werkgever geen transitievergoeding te betalen.
- Ernstig verwijtbaar handelen door de werknemer. Denk maar aan diefstal, verduistering, bedrog of andere misdrijven door de werknemer waardoor het vertrouwen van de werkgever onwaardig wordt.
Transitievergoeding voor uitzendkrachten en nul-urencontracten
Ook uitzendkrachten en werknemers met een nul-urencontract hebben recht op transitievergoeding. Ook voor deze groep geldt dat zij bij aanvang van de overeenkomst recht hebben op transitievergoeding. Bij de berekening van de transitievergoeding van een nul-urencontract wordt uitgegaan van het gemiddelde salaris gedurende twaalf maanden. Bij uitzendkrachten wordt de transitievergoeding op dezelfde manier berekend als voor werknemers met een vast contract. Omdat uitzendkrachten een wisselend salaris hebben gaan we uit van de gemiddelde maandloon.
Ontslag met wederzijds goedvinden
Bij ontslag met wederzijds goedvinden spreken werknemer en werkgever met elkaar af dat de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd. In dat kader wordt er een vaststellingsovereenkomst gemaakt die door beide partijen wordt ondertekend. Een vaststellingsovereenkomst hoeft niet direct
te worden ondertekent dus doe dit ook niet. Laat dit altijd door een jurist nakijken!
Wanneer vaststaat dat je recht hebt op transitievergoeding dan moet deze bij het einde van het dienstverband tegelijk met de eindafrekening worden uitbetaald. Indien een werkgever niet overgaat tot uitbetalen van de transitievergoeding dan moet je binnen drie maanden een verzoekschrift indienen bij de kantonrechter.
Kortom, indien een werknemer wordt ontslagen heeft deze behoudens uitzonderingen recht op transitievergoeding. Werknemer moet bij zijn werkgever aanspraak maken op de transitievergoeding. Gaat de werkgever niet akkoord dan moet binnen drie maanden een verzoekschrift bij de rechter te worden ingediend.



